Merken en brands kunnen omnichannel commerce realiseren met NextChapter

Wanneer heeft een merk een Omnichannel Commerce suite nodig?

Menno Hoek -

Voor merken begint omnichannel vaak op een heel andere manier dan voor traditionele retailers. Veel merken starten webshop-first: eerst een webshop, één centrale voorraad en één fulfilmentproces. Misschien komen daar marketplaces of internationale webshops bij. Zolang online het centrale verkoopkanaal blijft, is die architectuur relatief overzichtelijk.

Pas later ontstaat de volgende groeifase. Een eerste eigen winkel. Een flagship store. Pop-up locaties. Shop-in-shops. Misschien uiteindelijk meerdere fysieke winkels in verschillende landen. Voor het merk voelt die uitbreiding vooral als een kans om de merkbeleving fysiek door te trekken. De aandacht gaat naar winkelconcept, interieur, service, assortiment en customer experience.

Maar juist daar ontstaat een ander vraagstuk. De merkervaring kan perfect zijn uitgedacht, terwijl de architectuur erachter nog steeds is ingericht op één centraal online kanaal.

Voor merken ontstaat omnichannel complexiteit daarom vaak niet omdat de merkervaring niet goed is uitgedacht, maar omdat de architectuur achter die ervaring nog webshop-first is.

Van webshop-first naar omnichannel is een grotere stap dan het lijkt

Een webshop-first omgeving kan uitstekend werken zolang online het centrale verkoopkanaal is. Producten worden online gepubliceerd, voorraad ligt in één magazijn of bij een fulfilmentpartner en orders worden vanuit één locatie verwerkt.

Zodra fysieke winkels onderdeel worden van de operatie, verandert dat.

Voorraad ligt niet meer op één plek. Een winkel wordt een verkoopkanaal én een voorraadlocatie. Een klant wil online kunnen zien wat daar beschikbaar is, een bestelling ophalen, een online aankoop retourneren of in de winkel iets bestellen dat lokaal niet meer op voorraad is.

De vraag wordt daardoor niet meer alleen:

Hoe creëren we in de winkel dezelfde merkbeleving als online?

Maar ook:

Kan onze bestaande architectuur online en fysieke retail daadwerkelijk als één commerce-operatie ondersteunen? Dat is waar een webshop-first architectuur steeds vaker tegen zijn grenzen aanloopt.

Pijnpunt 1: de winkel wordt technisch een los kanaal

De eerste fysieke winkel wordt vaak naast de bestaande e-commerceomgeving opgebouwd. Er komt een POS-systeem, een koppeling met ERP en voorraad en misschien een aparte oplossing voor loyalty of klantdata. Op zichzelf werkt alles. Maar online en winkel worden technisch twee werelden. De webshop weet wat online beschikbaar is. Het POS weet wat in de winkel gebeurt. Voorraad wordt tussen systemen gesynchroniseerd en klantdata zit mogelijk verspreid over meerdere omgevingen.

Met één winkel blijft dat vaak beheersbaar. Maar bij vijf, tien of twintig winkels wordt dezelfde constructie de basis voor een veel grotere operatie. Wat begon als een praktische manier om een winkel aan de webshop toe te voegen, verandert langzaam in een architectuur waar steeds meer processen, koppelingen en uitzonderingen omheen moeten worden gebouwd.

Pijnpunt 2: de merkervaring is sterk, maar de klantreis stopt bij de systemen

Merken investeren veel in een consistente merkervaring. De webshop klopt tot in detail. De winkel heeft dezelfde uitstraling. Packaging, content, campagnes en service sluiten op elkaar aan. Maar de klant ervaart een merk niet alleen visueel.

Een klant verwacht ook dat de kanalen functioneel samenwerken. Bijvoorbeeld:

    online kunnen zien of een product in een winkel beschikbaar is;

    online bestellen en in de winkel ophalen;

    een online aankoop in de winkel retourneren;

    dezelfde promoties en loyaltyvoordelen online en offline gebruiken;

    in de winkel een product bestellen dat lokaal niet beschikbaar is.

Wanneer de voorkant één merk uitstraalt, maar de achterkant uit losse processen bestaat, ontstaat frictie. Voor de klant zijn webshop, POS en ERP geen afzonderlijke systemen. Voor hem is het één merk. Daarom wordt uiteindelijk ook de architectuur onderdeel van de merkervaring.

Pijnpunt 3: voorraad wordt plotseling een commercieel vraagstuk

Voor een online merk is voorraad vaak relatief eenvoudig. Een product ligt in het centrale magazijn, is beschikbaar of niet beschikbaar en wordt daar vandaan verzonden.

Met fysieke winkels verandert dat. Voorraad ligt ineens verspreid over een distributiecentrum en meerdere winkels. Tegelijkertijd wil je die voorraad commercieel zo goed mogelijk inzetten.

Een artikel kan online uitverkocht lijken terwijl er nog twintig stuks in winkels liggen. Een klant ziet een product online, maar weet niet dat het in de winkel om de hoek beschikbaar is. Of de webshop verkoopt een artikel dat in de winkel nét is verkocht. Dat zorgt niet alleen voor operationele problemen. Het kan ook direct omzet kosten.

Voorraad die wel aanwezig is maar online niet verkoopbaar wordt gemaakt, blijft liggen. Klanten haken af terwijl het product feitelijk nog beschikbaar is. En hoe minder grip je hebt op de totale voorraad, hoe lastiger het wordt om deze efficiënt te verkopen voordat kortingen of markdown nodig zijn. Voorraad is daarmee niet langer alleen een logistiek gegeven. Het wordt onderdeel van de customer experience én van je commerciële strategie.

Daarvoor heb je meer nodig dan het periodiek synchroniseren van voorraadstanden. Je hebt een centrale logica nodig die begrijpt waar voorraad ligt, voor welk kanaal deze beschikbaar is en hoe deze commercieel kan worden ingezet.

Pijnpunt 4: fulfilment was eenvoudig, totdat winkels onderdeel van het netwerk werden

Webshop-first fulfilment heeft meestal één duidelijke route:

order → warehouse → klant

Met winkels ontstaan veel meer mogelijkheden:

order → warehouse → winkel
order → winkel → klant
order → winkel → ophalen
retour → winkel → voorraad

Dan moet de organisatie bepalen welke locatie een order verwerkt, wanneer winkelvoorraad beschikbaar wordt gesteld voor online verkoop en wat er gebeurt wanneer een artikel op één locatie niet meer beschikbaar is.

Als die beslissingen verspreid zijn over webshop, ERP, POS en losse koppelingen, ontstaan steeds meer uitzonderingen.En uitzonderingen leiden bijna altijd tot handmatig werk. Voor een merk dat fysieke retail snel wil opschalen, wordt fulfilment daarom al snel meer dan een logistiek proces. Het wordt een vraagstuk van centrale order- en voorraadorkestratie.

Pijnpunt 5: fysieke en internationale groei maken de architectuur steeds zwaarder

De eerste winkel aansluiten lukt meestal nog wel. Dat geldt ook voor click & collect, winkelvoorraad online tonen of retouren in de winkel ondersteunen. Technisch is bijna alles te bouwen. De belangrijkere vraag is wat er gebeurt wanneer je dezelfde constructie steeds verder uitbreidt.

Iedere nieuwe winkel kan extra logica vragen tussen webshop, ERP, POS, WMS, fulfilment, loyalty en payments. En bij internationale groei komen daar meerdere webshops, marketplaces, lokale fulfilmentstromen en betaalmethoden bij.

De vierde winkel zou commercieel ongeveer dezelfde stap moeten zijn als de derde. Een volgend land zou moeten voortbouwen op wat er al staat. Maar wanneer iedere uitbreiding nieuwe koppelingen, uitzonderingen en tests vraagt, groeit de technische inspanning veel sneller dan de organisatie zelf. Op dat moment wordt de architectuur een rem op de groeistrategie.

De kernvraag wordt dan: bouwen nieuwe winkels, landen en kanalen voort op bestaande commerceprocessen, of moet dezelfde logica iedere keer opnieuw worden aangesloten?

Juist merken kijken vaak te laat naar de architectuur

Daar zit misschien wel het grootste verschil met traditionele retailers. Een retailer met tientallen winkels weet vanaf het begin dat voorraad, POS en winkelprocessen complex zijn. Een merk begint vaak vanuit marketing en e-commerce.

De webshop staat centraal. Groei wordt gemeten in conversie, bereik, community en merkbeleving. Zolang de technologie daarachter werkt, krijgt de architectuur weinig aandacht. Totdat fysieke retail onderdeel wordt van de strategie. Dan blijken keuzes die logisch waren voor één webshop ineens bepalend voor veel grotere vraagstukken. Waar wordt voorraad aangestuurd? Waar leeft de orderlogica? Hoe werken winkel en online samen? Wat gebeurt er met retouren? Hoe voeg je de volgende winkel toe? En hoeveel nieuwe koppelingen zijn daarvoor nodig?

De keuze voor je commerce-architectuur bepaalt daardoor veel eerder dan vaak gedacht hoeveel omnichannel complexiteit je later krijgt.

Wanneer wordt een Omnichannel Commerce suite relevant voor een merk?

Niet ieder merk met één webshop heeft een Omnichannel Commerce suite nodig. Een webshop-first oplossing kan uitstekend passen wanneer online het centrale kanaal blijft en voorraad en fulfilment relatief eenvoudig zijn. Het omslagpunt ontstaat wanneer fysieke retail een structureel onderdeel van de strategie wordt.

Bijvoorbeeld wanneer:

    je één of meerdere eigen winkels opent;

    winkelvoorraad online beschikbaar moet worden;

    click & collect of ship from store onderdeel wordt van de klantreis;

    klanten online aankopen in winkels moeten kunnen retourneren;

    winkels en online dezelfde promoties, loyalty of klantdata moeten gebruiken;

    voorraad over meerdere locaties verspreid raakt;

    je via meerdere webshops, winkels en marketplaces internationaal groeit;

    iedere nieuwe uitbreiding steeds meer koppelingen en maatwerk vraagt.

Dan verschuift de vraag van:

Welke extra omnichannel functionaliteit hebben we nodig?

naar:

Is onze commerce-architectuur nog geschikt voor het merk dat we aan het bouwen zijn?

Wat verandert een Omnichannel Commerce suite?

Een Omnichannel Commerce suite begint niet bij de webshop als centraal kanaal, maar bij de commerceprocessen die alle kanalen nodig hebben. Producten, voorraad, orders, content en fulfilment vormen één centrale basis waarop webshops, winkels, marketplaces, apps en andere verkoopkanalen kunnen bouwen.

Dat betekent niet dat alles binnen één systeem moet zitten. Een merk kan blijven werken met gespecialiseerde oplossingen voor ERP, POS, payments, loyalty, marketing en logistiek. Het verschil is dat niet ieder kanaal opnieuw zijn eigen commerceprocessen hoeft te organiseren.

Een nieuwe winkel wordt aangesloten op bestaande product-, voorraad- en orderlogica. Een nieuw land bouwt voort op dezelfde basis. Een app gebruikt dezelfde commerceprocessen als webshop en winkel. Dat is het wezenlijke verschil tussen omnichannel toevoegen aan een webshop-first omgeving en bouwen vanuit een omnichannel-first architectuur.

Merkbeleving begint uiteindelijk ook achter de schermen

Voor merken blijft merkbeleving cruciaal. Maar een mooie winkel, sterke webshop en herkenbare campagne zijn niet genoeg voor een echte unified commerce ervaring. De klant merkt uiteindelijk ook of voorraad klopt. Of een order overal bekend is. Of een retour soepel verloopt. Of een product dat online uitverkocht lijkt tóch in een winkel beschikbaar is.

Unified commerce ontstaat daarom niet alleen in het design van de kanalen. et ontstaat wanneer de architectuur erachter die kanalen daadwerkelijk als één geheel laat functioneren. Voor merken die vanuit e-commerce naar fysieke retail groeien, is dat een belangrijke omslag: de architectuur die perfect werkte voor de webshop, is niet automatisch de architectuur waarmee je succesvol omnichannel kunt schalen.

Omnichannel vanaf de basis

De NextChapter multiˣ suite is vanuit die omnichannel-first visie ontwikkeld. Webshops, fysieke winkels, marketplaces, producten, voorraad, orders en content bouwen voort op één centrale commercebasis. Daardoor hoeft een merk fysieke retail niet telkens als een nieuwe technische laag boven op de webshop te organiseren. Een nieuwe winkel kan voortbouwen op dezelfde product-, voorraad- en orderprocessen die al voor andere kanalen worden gebruikt.

Zo kan een merk nieuwe fysieke winkels openen zonder iedere winkel opnieuw als los technisch project aan de webshop te hoeven koppelen. Ook nieuwe landen, marketplaces en andere verkoopkanalen kunnen verder bouwen op dezelfde basis.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor gespecialiseerde oplossingen rondom ERP, POS, payments, loyalty en logistiek. De multiˣ suite vormt de centrale commerce-laag die deze systemen en verkoopkanalen samenbrengt.

Voor merken betekent dat minder afhankelijkheid van losse koppelingen, meer grip op voorraad en orders en een architectuur die beter meegroeit met de commerciële strategie. Maar misschien nog belangrijker: het maakt het mogelijk om de sterke merkervaring aan de voorkant ook operationeel waar te maken.

De merkervaring kan blijven groeien, terwijl producten, voorraad, orders en fulfilment achter de schermen vanuit één samenhangende basis worden georganiseerd.

Zo wordt technologie niet alleen iets wat de webshop ondersteunt, maar het fundament onder de volledige merkervaring, online én offline.

Menno Hoek
Marketing - Events - Social Media